Worden Europeanen weer baas over hun eigen data?

Maeve Levie
8 min readMay 2, 2019

Krijgen tech-giganten als Google en Facebook meer speelruimte in Europa, of wordt hun macht gebroken? Wordt het grootschalig tracken en verzamelen van gegevens door bedrijven aan banden gelegd? Blijft het vrije internet overeind? Komt er een nieuwe bewaarplicht? Bij de Europese verkiezingen op 23 mei kan de kiezer een antwoord geven op die vragen.

Dit artikel verscheen in PCM 05/2019 (in de winkel vanaf 22 april)

Het Europees Parlement (© European Union 2017)

De droom van een betere digitale wereld is een nachtmerrie geworden: een nieuw economisch systeem eigent zich met ongekende snelheid eenzijdig onze privacy, onze kennis en onze ervaringen toe. Dat schrijft Shoshana Zuboff, professor aan Harvard University, in haar in februari verschenen boek The Age of Surveillance Capitalism. Silicon Valley beloofde ons apps en social media die ons zou verbinden, informatie toegesneden op onze behoeften, en apparaten die ons leven makkelijker en leuker zouden maken.

In plaats daarvan kregen we een monopolie van een paar Amerikaanse tech-giganten die alles over ons weten, ons overal volgen, en rijk worden met hun kennis over ons. Google haalt negentig procent van zijn inkomsten uit advertenties. De gemiddelde website bevat trackers van negen partijen. Via het MAC-adres van onze telefoons houden adverteerders ons ook offline in de gaten. De smart-TV’s van Samsung bleken ieder gesprek in je woonkamer af te luisteren, en met Alexa en Google Home halen meer en meer mensen bewust een apparaat in huis dat voortdurend audio doorstuurt voor analyse. Van Nest-thermostaten tot Fitbits, ze verzamelen allemaal data die over ons gaat maar niet van ons is. Steeds vaker bepaalt technologie ook ons gedrag in de echte wereld: zo kunnen bedrijven betalen om Pokemon Go-spelers naar hun locatie te laten komen.

Bespiedeconomie

Zuboffs beeld van een ‘bespiedeconomie’ klopt, zegt Evelyn Austin, coördinator van de Europese activiteiten van de digitale burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom. “Het ecosysteem waarin we online leven en communiceren, wordt gedomineerd door multinationals die hun posities in stand houden. We moeten daarover niet te pessimistisch zijn, maar wel kijken naar de kern van het systeem en die aanpakken. De grote tech-bedrijven — Google, Facebook, Microsoft, Amazon — zijn veel te groot. Hun informatiepositie moet worden aangepakt, en bepaalde verdienmodellen moeten onmogelijk gemaakt worden.”

Dat is één van de belangrijke onderwerpen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement, waarvoor Nederland op donderdag 23 mei kan stemmen. De macht van de Amerikaanse tech-giganten, en technologie en privacy in bredere zin, zijn al jaren onderwerp van debat in Brussel. Soms worden er stevige maatregelen genomen: vorig jaar kreeg Google een boete van 4,3 miljard euro van de Europese Commissie voor misbruik van zijn machtspositie met het Android-besturingssysteem. De nieuwe Europese privacyregels die in 2018 ingingen treffen vrijwel alle bedrijven en organisaties. Hoe het Europees Parlement er na mei uitziet, bepaalt voor een belangrijk deel wat er de komende vijf jaar gebeurt: wordt de privacy en informatie van Europese burgers nog strenger bewaakt, of krijgen de tech-giganten juist meer speelruimte? Een overzicht van de belangrijkste kwesties in Europa de komende jaren.

AVG

Mensen moeten toestemming geven voor het verzamelen van hun gegevens; dat mag alleen voor een bepaald doel, niet meer dan nodig en niet langer dan nodig; en organisaties moeten aantonen dat ze aan die regels voldoen, gegevens veilig verwerken en lekken melden; op straffe van hoge boetes van een Autoriteit Persoonsgegevens die meer tanden heeft. Dat is de kern van de ‘Algemene verordening gegevensbescherming’ (AVG, ook wel GDPR), die vorig jaar in heel Europa inging. Burgers hebben sindsdien al 95.000 klachten ingediend over bedrijven die niet zouden voldoen aan de regels, en de Franse privacywaakhond gaf Google daarvoor in januari een boete van 50 miljoen.

Bits of Freedom had graag gezien dat de AVG nog verder ging: zo zijn de regels voor het analyseren en verwerken van geanonimiseerde data nog te soepel. Maar de wet is wel een flinke stap vooruit en biedt belangrijke handvaten, zegt Evelyn Austin: “Zo is de huidige vorm van behavioural advertising, data verzamelen om gepersonaliseerd te adverteren, eigenlijk onmogelijk onder de nieuwe regels. We gaan de komende tijd veel rechtszaken hierover zien, want eigenlijk verbiedt de AVG gewoon de core business van veel advertentienetwerken.” Soshana Zuboff bevestigt in haar boek dat het er nu op aan komt hoe de AVG geïnterpreteerd wordt, en die interpretatie kan door rechters gevormd worden en door burgerbewegingen beïnvloed worden.

ePrivacy

Waarschijnlijk zal het Europees Parlement kort na de verkiezingen stemmen over ePrivacy: aanvullende privacyregels die gaan over elektronische communicatie. Dat gaat over berichten en metadata van WhatsApp, Skype en Gmail, maar ook over de vraag of makers van hardware en software uit moeten gaan van ‘privacy by design’ (verwerking van data minimaliseren) en ‘privacy by default’ (standaard geldt de hoogste privacy-instelling).

Volgens peilingen vindt zo’n 80 procent van de Europeanen dat een goed idee, maar dat wil niet zeggen dat de voorstellen het gaan halen: er wordt op dit moment flink over gevochten. Corporate European Observatory, een organisatie die de bedrijfslobby in de EU monitort, stelt dat er nog nooit zoveel gelobbyd is over een wetsvoorstel als over ePrivacy. Zowel adverteerders als technologiebedrijven steken daar miljoenen in: alleen al Google heeft vijftien mensen rondlopen in Brussel met een jaarbudget van zes miljoen.

Het vrije internet

Ook het Europese auteursrecht gaat op de schop: daarover stemde het Europees Parlement eind maart in met nieuwe regels. Tegenstanders van de nieuwe auteursrecht-richtlijn stellen dat deze neerkomt op een ‘linkbelasting’ en een ‘uploadfilter’. Voor een link naar een nieuwsbericht waarbij de titel en een fragment van een artikel wordt gepubliceerd, zouden uitgevers voortaan betaald moeten worden. En platforms als YouTube, Flickr en Instagram moeten straks actief zorgen dat teksten of video’s die auteursrechten schenden worden geweerd. In de praktijk betekent dat waarschijnlijk dat de platforms een streng uploadfilter installeren, met het risico dat legitieme posts of video’s niet meer kunnen worden geplaatst. Een filmpje maken met een fragment van een speech van Mark Rutte en je reactie daarop mag straks niet meer.

Privacy-organisaties maken zich daarom zorgen over de plannen, en zijn bang dat deze juist ook de grote platforms in de kaart spelen: YouTube, Facebook en Twitter hebben het budget om hun geavanceerde automatische filters aan te scherpen en zo aan de regels te voldoen, terwijl kleinere websites dat niet kunnen. Een groot aantal organisaties, van de Electronic Frontier Foundation tot Creative Commons, is een campagne gestart om de richtlijn tegen te houden (SaveYourInternet.eu) en een site waarop burgers kunnen laten weten dat ze in mei alleen zullen stemmen op kandidaten die tegen uploadfilters zijn (Pledge2019.eu).

Evelyn Austin van Bits of Freedom (foto: Maarten Tromp) | Het boek van Shoshana Zuboff

Macht van platforms

Als bedrijven (en overheden) zo’n grote inbreuken op onze privacy maken, waarom accepteren burgers dat dan? Silicon Valley heeft haar werkwijze, van alle mogelijke data over ons verzamelen en ons gedrag daarmee analyseren en sturen, lange tijd getooid als vooruitgang en als een onvermijdelijkheid — en veel mensen zijn dat gaan geloven. Maar, zegt Shoshana Zuboff, de concentratie van buitenproportioneel veel macht en kennis bij enkele multinationals is helemaal niet inherent aan de gebruikte technologie: we moeten hun macht breken en werken aan alternatieven.

In de Europese politiek wordt, met name ter linkerzijde, steeds vaker gesproken over het gedwongen opbreken van bedrijven als Google en Facebook. Dat zou hun macht tijdelijk verkleinen, maar uiteindelijk kan één van de nieuwe bedrijven opnieuw de grootste worden. “We moeten daarom daarnaast hun informatiepositie aanpakken en daarmee het ‘netwerkeffect’ verkleinen,” zegt Evelyn Austin. “Dat kan door dataportabiliteit (je mag je gegevens altijd meenemen naar een ander bedrijf) en interoperabiliteit (gebruikers van concurrerende diensten kunnen met elkaar communiceren) af te dwingen. En met strikte handhaving van nieuwe privacyregels kunnen we bedrijven dwingen een ander businessmodel te ontwikkelen: als gebruikers bespioneren en met hun data geld verdienen niet meer mag, zullen ze hun geld ergens anders vandaan moeten halen.”

Algoritmes

Gebeurt er niets, dan is de kans groot dat de macht van tech-bedrijven zich nog verder uitbreidt. Ook omdat met het Internet of Things het aantal apparaten en sensoren dat ons gedrag monitort steeds groter wordt. En omdat ondoorzichtige algoritmes in toenemende mate beslissingen nemen over ons leven. Austin: “Data op grond waarvan beslissingen worden genomen wordt nu te vaak gezien als ‘data’ in plaats van ‘persoonsgegevens’, waarvoor veel strengere regels gelden. De AVG stelt nu grenzen aan geautomatiseerde besluitvorming: dat wil zeggen dat je er bij ingrijpende beslissingen recht op hebt dat een mens naar je situatie kijkt, en dat een bedrijf moet kunnen uitleggen hoe een algoritme tot een beslissing komt. Huidige AI-systemen voldoen daar waarschijnlijk absoluut niet aan.”

Overheidsspionage

Behalve het bedrijfsleven zet ook de overheid de privacy onder druk. In de eerste plaats door het grootschalig onderscheppen van gegevens via de kabel, zoals sinds vorig jaar mag in Nederland. De CTIVD, die toezicht houdt op de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, rapporteerde in december dat inlichtingendiensten op dit moment de wet zo uitvoeren dat er ‘een hoog risico op onrechtmatige gegevensverwerking’ bestaat.

Daarnaast zal het de komende jaren opnieuw over de ‘bewaarplicht verkeersgegevens’ gaan. Van 2009 tot 2015 moesten internet- en telefonieproviders bepaalde gegevens zes tot twaalf maanden bewaren: wie met wie belt, wie aan wie mailt, en waar mensen dat doen. In 2014 zette het Europese Hof van Justitie een streep door die verplichting, maar veel Europese landen hebben nog steeds een vorm van een bewaarplicht en de Nederlandse regering is bezig met een nieuw wetsvoorstel voor een bewaarplicht dat wél aan de privacyregels zou voldoen. Ook of zo’n bewaarplicht er mag komen, hangt af van de verhoudingen in Europa de komende jaren.

Er valt wat te kiezen

Er staan grote zaken op het spel in Europa de komende vijf jaar, en er valt dus wat te kiezen in mei. Hoe gaat Europa om met de macht van de tech-giganten en hun verdienmodel? Wordt het grootschalig tracken en verzamelen van data van burgers verder aan banden gelegd? Komt er een nieuwe bewaarplicht en wie mag onze bel- en mailgegevens inzien? En blijft het vrije internet overeind of perken auteursrechtregels dat in?

Politieke partijen denken heel verschillend over deze kwesties, blijkt uit de verkiezingsprogramma’s voor het Europees Parlement (zie ook de tabel hieronder). Over scherpere (e)privacy-regels zijn GroenLinks en D66 het duidelijkst, terwijl de SP ook stilstaat bij wat de AVG betekent voor kleine ondernemers. D66, GroenLinks en SP zijn de duidelijkste tegenstanders van uploadfilters en voor een vrij internet, terwijl CDA en VVD daar in Europa voor stemden. SP, GroenLinks en PvdA hebben het expliciet over het verkleinen van de macht van de grote tech-bedrijven, waar D66 en VVD vooral benadrukken dat er voldoende eerlijke concurrentie moet zijn.

CDA en VVD zijn duidelijk voorstander van een nieuwe bewaarplicht voor verkeersgegevens, terwijl de linkse partijen daartegen zijn. GroenLinks staat in haar programma stil bij de macht van algoritmes en de risico’s van het Internet of Things. D66 en de SP pleiten verder voor het herzien of opschorten van PrivacyShield: afspraken waaronder gegevens van EU-burgers in de VS kunnen worden opgeslagen. In het programma van de PVV — één A4’tje — komt privacy niet voor, maar de partij stemde in het verleden meestal voor privacybeperkende maatregelen.

Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement blijven veel mensen thuis: vijf jaar geleden was de opkomst slechts 37 procent. Maar wie over deze onderwerpen een mening heeft, kan zich toch maar beter wel verdiepen in de verkiezingen en gaan stemmen op 23 mei.

Wie wil wat?

--

--

Maeve Levie

Maeve Kevyn Levie (they/she) is a freelance journalist based in Berlin. | Recent publications and contact info: https://maeve.berlin