Ik stem vandaag blanco. Jullie ook?

Maeve Levie
12 min readApr 5, 2016

Langzamerhand lijkt het erop dat er meer opinie-artikelen gepubliceerd worden over het Oekraïne-referendum, dan dat er mensen zijn die daadwerkelijk veel zin hebben om te gaan stemmen woensdag. Tegenstanders van het associatieverdrag met Oekraïne, van Jan Roos tot Harry van Bommel, hadden gehoopt de afgelopen maanden een soortgelijk momentum te creëren als in 2005 rond het referendum over de Europese Grondwet. Dat is duidelijk niet gelukt. Maurice de Hond voorspelt een opkomst van 25 tot 30 procent, en ik denk dat het goed zou kunnen dat in een aantal Rotterdamse wijken de opkomst onder de tien procent uitkomt.

Ik ga zelf vandaag uit democratisch principe wel naar het stembureau — ik vind het fijn dat ik in een land leef waar dat kán, en er moet wel veel gebeuren voor ik thuisblijf bij verkiezingen of referenda.
De feitelijke politieke consequenties van zowel een meerderheid ‘voor’ als een meerderheid ‘tegen’ dit verdrag, zijn waarschijnlijk zeer beperkt. Dat maakt een stem vooral tot een symbolisch statement, een steunverklaring voor één van twee denkrichtingen. En bij de toon en boodschap van zowel de meeste voorstanders als de meeste tegenstanders voel ik me eigenlijk volstrekt niet thuis.
Ik ga blanco stemmen — of eigenlijk, zoals ik onderaan uitleg: ongeldig — omdat ik dat als enige mogelijkheid zie om bij dit referendum een echt links statement te kunnen maken, tegen een neoliberaal Europa en voor internationale solidariteit.

Evromaidan, Kiev 2013. Foto: Evgeny Feldman / Wikpedia

Dit referendum verandert de wereld niet

Nee, echt niet. Het referendum van 2005 ging echt ergens over, en toen heb ik ook met volle overtuiging campagne gevoerd. Dat was wat mij betreft een keuze voor of tegen een Europese Unie, die met steeds verdergaande bevoegdheden een neoliberale agenda oplegt waar overal in Europa gewone mensen de dupe van worden. Dat het nodig was, en blijft, om daartegen te ageren is sindsdien wel gebleken: met de economische crisis, met het bezuinigingsbeleid dat overal in Europa werd uitgevoerd en opgelegd, en de manier waarop Griekenland door Dijsselbloem c.s. nog altijd verder kapot wordt gemaakt. Ook in 2005 speelden er rechtse sentimenten waar ik weinig mee had, maar er viel ook een groter, links, solidair verhaal te vertellen. Een verhaal dat nog steeds veel vaker verteld mag worden.

Dit referendum is anders. Het gaat over één verdrag met één land — waarbij de discussie met name van rechterzijde vaak snel wordt gereduceerd tot hoeveel is er mis met Oekraïne (dat stelletje onontwikkelde corrupte boeren, die allemaal hierheen willen komen en waar wij weer voor mogen gaan betalen). Over de vraag wat er sec door de afspraken in dit verdrag feitelijk in Oekraïne verandert gaat het weinig, en nog minder vaak gaat het over de vraag of de Oekraïners dat zelf een goed idee vinden.
Het grootste deel van het verdrag — 323 pagina’s — gaat over handel en is al in werking. Er staan heel veel saaie, gedetailleerde afspraken in die voor een groot deel staand EU-beleid zijn, of ook zijn opgenomen in tig andere handelsverdragen. Bijvoorbeeld dat Oekraïne geen kaas meer mag maken die ‘feta’ heet (‘feta-imitatie’ of ‘met een feta-achtig smaakje’ mag trouwens ook niet), hoe het auteursrecht van softwareontwikkelaars moet worden geregeld, en welke handelsbelemmeringen je afspreekt af te schaffen.
Het overgebleven deel is politieker: het gaat over samenwerking op het gebied van bijvoorbeeld buitenlands en veiligheidsbeleid, en over geleidelijke afstemming van bepaalde wetten. Voor zover dat niet concreet wordt gemaakt, is het dusdanig geformuleerd (met vermoeiend veel “procedures en mechanismen voor politieke dialogen”) dat het met name zal afhangen van wie het in de EU en in Oekraïne voor het zeggen heeft, hoe dat concreet wordt ingevuld.
Het verdrag is inmiddels door 27 andere landen getekend, dus de kans is groot dat een Nederlands ‘nee’ hooguit zou leiden tot een paar zeer bescheiden veranderingen. Maar misschien doet dat er eigenlijk ook niet zo veel toe. Zoals de initiatiefnemers vorige week in NRC zeiden: “Oekraïne kan ons natuurlijk niets schelen, dat moet u begrijpen.”
Dit referendum is gestart vanuit rechts en gaat vooral over het vergroten van de ruimte voor rechtse ideeën in Nederland. Je moet in zo’n situatie sterk in je schoenen staan als linkse partij, om een sterk eigen verhaal neer te zetten dat gaat over hoe mensen hier én daar het beter krijgen. Lukt dat niet, dan bepaalt de rechtse agenda de campagne en onderwerpen — en loop je het risico dat mensen eerder minder dan meer gaan geloven in de mogelijkheid van een links alternatief.

Weinig links aan links ja én links nee

GroenLinks, de PvdA en Natuur&Milieu stonden dit weekend schouder aan schouder op de Dam met het CDA, de VVD en de labbekak van VNO-NCW. Als links en rechts gezellig sámen doen alsof zij allemaal één gezamenlijk idee hebben, alsof ieder van die clubs niets liever wil dan de gewone Oekraïner verder helpen, en alsof dit verdrag de enige mogelijke richting en redding is van de menselijke beschaving… dat is echt potsierlijk.

Je doet dan zelf actief je best om de verschillen tussen links en rechts toe te dekken, waardoor de enige tegenstelling die dan nog overblijft — de populistische tegenstelling van ‘gewone mensen’ versus ‘de pro-Europese elite’ met wie je samen op een podium staat — alleen maar aan kracht wint.
Zo’n ‘ja’, daar vind ik erg weinig links aan zitten.

‘Een stem voor is een stem tegen cynisme’, zegt Jesse Klaver in het GroenLinks-spotje, zodat de kijker zich lekker even beter kan voelen dan al die zure cynische SP’ers en PVV’ers.

Maar dat geldt ook voor die andere linkse campagne. ‘Niemand schrijft NEE groter dan de SP’, schrijft de Volkskrant, maar hoe links is dat ‘nee’?
Op de campagnesite 6aprilnee.nl worden ‘de mensen daar’ ook één keer genoemd, maar gaat het verder toch vooral over de EU die al veel te groot is en de enorme Oekraïnse corruptie die we naar binnen halen. In een folder, Facebook-ads en serie video’s noemt een vrachtwagenchauffeur het verdrag ‘één grote doos van Pandora’; er komt een Russisch-Oekraïense aan het woord die op haar Facebook zowel Donald Trump als de annexatie van de Krim toejuicht; en Harry zegt voor alle zekerheid nog maar even iets over corruptie. (Trouwens: corruptie.)

Maar de meest verrassende video vond ik zelf, als flexi-vegan, deze. De Partij voor de Dieren voert ook een tegen-campagne, met veel aandacht voor dierenwelzijn, en Europese subsidies voor mega-legbatterijen en bedrijven die 332 miljoen plofkippen per jaar slachten. En de SP? Die vraagt de voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders voor een filmpje…

Hennie de Haan van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders: mooie bedrijven als deze dreigen te verdwijnen. Mijn socialistisch hart gaat harder kloppen van mensen die opkomen voor de “producenten” van “pluimveeproducten”.

Eind vorig jaar zei ik: als je wél voluit campagne voert tegen dit associatieverdrag en ondertussen op je tenen loopt in bijvoorbeeld het vluchtelingendebat, dan loop je achter rechtse sentimenten aan, in plaats van mensen mee te nemen in een links verhaal.
Beoordeel vooral zelf of die analyse nog steeds actueel is:
- Er zijn meer dan 800.000 Oekraïne-folders en kranten verspreid, met de inhoud zoals hierboven. Er verschenen overal advertenties, posters, grote gele letters op straat: ‘NEE-NEE-NEE’. De advertenties met het portret van Harry van Bommel hebben de tekst “In Oekraïne is corruptie het systeem”. Ik heb niet het idee dat het associatieverdrag erg leeft onder de mensen — maar vanavond kunnen we daar als het goed is meer over zeggen.
- Het onderwerp dat Nederlanders veruit het meest bezighoudt is in ieder geval bekend: dat is nog steeds de vluchtelingencrisis, bevestigt ook het SCP. En terwijl 79% van de PVV-stemmers en 68% van de PvdA-stemmers vindt dat hun partij zich voldoende laat horen over vluchtelingen, vindt van de SP-kiezers slechts 26 procent dat. Dat toont recent onderzoek van EenVandaag.
Onder andere de NRC en Trouw (€) schreven eerder al over het gebrek aan stellingname en activiteiten van de SP op dit onderwerp. Twee weken geleden nog was het redactioneel commentaar van Trouw (€): “Voorzitter SP Rotterdam raakte gevoelige snaar”. Er komt binnenkort als het goed is in ieder geval een flyertje… dat zou na 10 maanden een mooie eerste stap zijn.

Betere argumenten voor een links nee (of ja)

Democratie is niet voor bange mensen, en ik ben erg voor referenda en voor meer directe democratie — al is daar dan ook meer voor nodig qua burgerschap(svorming) dan af en toe een stembureau open gooien. En als je mensen vaker direct over belangrijke kwesties raadpleegt, dan moet dat vooral over hoofdlijnen, over grote debatten gaan. In die zin is dit verdrag ongeveer het slechtste referendum-onderwerp dat je je kunt voorstellen.

In januari las ik een artikel van Ewout van den Berg, die stelde (weliswaar in wat trotskistischer termen dan ik zou gebruiken) dat er weinig kansen waren voor een linkse en internationalistische tegencampagne in een door GeenStijl geinitieerd referendum, in een tijd dat een rechts nationalistisch frame over de EU steeds dominanter is. Ik ben bang dat hij gelijk heeft gekregen. De SP-campagne blijft ook grotendeels binnen dat rechtse frame: de partij dreigt ook dit keer weer een beetje te vergeten dat ze eurokritisch zijn omdat ze links zijn, en niet eurokritisch als doel op zich.

Er is echter wel degelijk een open linkse, progressieve inhoudelijke discussie mogelijk over de vraag of je voor of tegen dit associatieverdrag moet zijn. Het antwoord op die vraag is namelijk nog niet zo makkelijk. In de media komt die discussie weinig aan de orde, op internet her en der wel.
Lees bijvoorbeeld het manifest van ASOverdragNEE, een tegen-campagne gecoördineerd door Niels Jongerius die nadrukkelijk vooral aandacht vraagt voor de gevolgen voor mens en milieu in Oekraïne.
Zie dit overzicht van Grenzeloos, met linkse perspectieven op het referendum van onder andere Willem Bos van Ander Europa.
Het artikel ‘Het Oekraïne-referendum: een lastig dilemma voor links’ van SP’er Lennart Feijen en Bas Schuiling vanuit Kiev, die een aantal onjuiste beelden doorprikken en twijfelen tussen niet stemmen en een ja.
En dit artikel bij Doorbraak waarin wordt gepleit voor een boycot van dit referendum. Omdat de keuze tussen voor en tegen feitelijk geen echte keuze is, maar één tussen ‘een neoliberaal Europees discours’ en ‘een neoliberaal Nederlands-nationalistisch discours’.
(Reageer vooral op deze post als je andere interessante artikelen wilt delen!)

Ik heb veel mensen horen twijfelen over wat ze moeten doen vandaag. Twijfelen of ze überhaupt moeten gaan stemmen, of juist beter kunnen zorgen dat de opkomst zo laag mogelijk blijft. Of ze in het belang van de bevolking van Oekraïne het beste voor of tegen kunnen stemmen. Wat de mensen daar eigenlijk zelf zouden stemmen, als ze dat vandaag in onze plaats zouden kunnen gaan. Dat ze activisten in Oekraïne kennen die hen smeken vóór te stemmen, terwijl activisten hier roepen dat ze tegen moeten stemmen. Dat ze zich zorgen maken of een, misschien wel terechte, tegenstem niet de solidariteit met Oekraïne ondermijnt. Of omgekeerd: dat een solidair bedoelde ja-stem juist onterecht als steun voor deze EU wordt opgevat. En hoe de Nederlandse en internationale politiek en pers de uitslag gaan duiden, en of ze het dan wel eens zijn met hoe politici en media de bedoeling van hun stem gaan uitleggen.
Al die vragen heb ik ook, en ik heb er niet het perfecte antwoord op.
Eén ding weet ik wel… :

Ik weet het niét beter dan de Oekraïners

Harry van Bommel zaterdag in het Parool op de vraag “Je weet het beter dan de Oekraïners zelf?” — “Die willen in meerderheid dit associatieverdrag, dat is waar. Als je ze zou vragen of ze morgen lid willen worden van de Europese Unie, zeggen ze ook ja. Maar dat is helemaal niet relevant.”

Over de politieke situatie in Nederland en Europa kan ik zelf best een fatsoenlijke linkse analyse maken. Maar ik denk niet dat ik een betere, scherpere analyse kan maken dan linkse en progressieve krachten ter plekke, en de bevolking als geheel, van wat Oekraïne vooruit helpt.
En ik denk niet dat het aan mij is om te beslissen of Oekraïne zich meer moet verbinden aan Europa, of een neutralere positie moet kiezen ten opzichte van Europa en Rusland. De mening van de Oekraïense bevolking daarover is niet alleen wél relevant, maar ook het belangrijkst: júist zij moeten bepalen of ze ergens bij willen horen, met wie ze willen en kunnen samenwerken, en onder welke voorwaarden. (Het lijkt me overigens sterk dat Rusland en Oekraïne weer vriendjes zouden worden als dit verdrag van tafel zou gaan, zoals sommigen lijken te suggereren.)

In peilingen van verschillende bureaus onder de Oekraïense bevolking lijkt er structureel een meerderheid van 50 tot 70 procent voor EU-lidmaatschap: 59% in januari 2016 (overzicht op Wikipedia). Het is aannemelijk dat de steun voor een handelsverdrag nog hoger zal liggen dan voor lidmaatschap. Twee weken geleden deed GfK nog een peiling in Oekraïne zelf, om te onderzoeken of de bevolking daar voor of tegen dit verdrag zou stemmen. (Meer achtergrond en weerwoord over deze peiling vind je hier.)

Het resultaat: als niet wij maar de Oekraïners vandaag zouden mogen stemmen over dit verdrag, zou minstens 72 procent vóór stemmen.

Dat vind ik een best belangrijke reden om in ieder geval niet tegen dit verdrag te stemmen. Net als dat het feit dat Thierry Baudet tegen is, ook bijna per definitie een reden is om het tegenovergestelde te stemmen.
Ik heb vóór stemmen ook heel even overwogen, toen ik wat recalcitrant werd van alle bekrompen en onzinnige campagne-uitingen en uitspraken van diverse partijen die langskwamen. Maar ik kan zelf ook niet voor een verdrag als dit stemmen. Daarvoor heb ik te veel kritiek op deze rechtse Europese Unie, en te veel bezwaren tegen mogelijke inhoudelijke gevolgen van het verdrag. En ook het feit dat partijen als D66 en de VVD voorstander zijn, is bijna weer een reden om het tegenovergestelde te stemmen.

Hoe dan ook: zeker als de keuze vandaag vooral een symbolische keuze is tussen deze twee kampen en denkrichtingen, hoor ik bij geen van beide thuis. Ik wil niet in het hokje van het pro-Europese neoliberale kamp van de VVD en VNO-NCW, en ik wil niet in het hokje van het nationalistisch-conservatieve kamp van Geert Wilders en GeenStijl.
Ik maak dan liever m’n eigen hokje.

Creatief met je stembiljet

Als je naar het stembureau gaat tel je mee voor het opkomstpercentage, ook als je stem blanco of ongeldig is. Voor sommige mensen is dat reden om niet te gaan, in de hoop dat de opkomst onder de drempel van dertig procent blijft: lees dan even dit stuk. Ik geloof zelf niet zo dat 28 of 32 procent opkomst veel uitmaakt voor wat er uiteindelijk met de uitslag gebeurt. En ik vind het een goed democratisch principe om altijd te gaan stemmen als ik daartoe opgeroepen word — zelfs al zou het alleen maar zijn om “Onzinreferendum!” op m’n stembiljet te schrijven.

Instructie van de Kiesraad: dit is een geldige stem. Handig om alvast te weten voor de volgende Kamerverkiezingen: je stembiljet blijft ook gewoon geldig als je er “zakkenvullers!“ of “fascisten!” op schrijft.

In dat kader, een paar nuttige tips voor mensen die net als ik een wat ingewikkelder standpunt hebben dan ‘voor’ of ‘tegen’ en dat ook graag willen overbrengen.
- Voor een geldige stem moet je één wit stipje rood maken, en mag je stembiljet niet naar jou als persoon te herleiden zijn. Voor de rest mag er heel veel. Schrijf dus gerust je stembiljet vol met een neomarxistische analyse van de actuele geopolitieke situatie in Oost-Europa!
- Als je van plan bent een essay te schrijven, is het handig een pen mee te nemen. Of een puntenslijper, voor als het rode potloodje bot is.
- Als je toch niet van plan bent een geldige stem uit te brengen, heb je het makkelijk: dan mag je zo ongeveer alles met het formulier doen wat je wilt. (Al moet je het stembiljet eigenlijk wel inleveren, dus vinden ze het vast niet leuk als je hem ter plekke opeet. Maar dat staat niet in de Kieswet.)
- Alleen een léég stembiljet telt officieel als ‘blanco’. Als je geen keuze maakt, maar wel een portret tekent van de voorzitter van het stembureau, telt dat als ongeldige stem. Qua praktische gevolgen maakt dat verder geen verschil. Wat ik zelf van plan ben te doen, zal ook als ‘ongeldig’ meetellen.
- Op het stembiljet moet (maximaal) één cirkeltje linksboven het antwoord geheel of gedeeltelijk rood gemaakt worden. Het grote vakje rood kleuren en daarbij nét het witte stipje missen, zou een ongeldige stem betekenen. (Gelukkig doet men z’n best om de eurofiele elite op Binnenlandse Zaken die dit soort dingen verzint te ontmaskeren, al hoop ik dat dat lukt zonder buitenlandse waarnemers, kuch.)

Ik ga zelf denk ik iets als dit onderaan mijn stembiljet zetten:
[X] Ik ben tegen deze neoliberale EU, maar voor samenwerking en internationale solidariteit — zeker ook met Oekraïne. Ik voel me zowel bij het ‘voor’- als het ‘tegen’-kamp niet thuis: ik heb een extra links hokje nodig. Verder distantieer ik me hierbij bij voorbaat van iedere duiding door politici en media van het signaal dat de kiezer, ik dus, vandaag afgegeven zou hebben.

(In de loop van 6 april is dit artikel op enkele punten nog aangepast en qua tekst en opbouw wat verbeterd.)

--

--

Maeve Levie

Maeve Kevyn Levie (they/she) is a freelance journalist based in Berlin. | Recent publications and contact info: https://maeve.berlin